woensdag 15 mei 2013

Scripted reality

Jasmijn is aan het woord. Ze vermoedt wat. Hij moet de laatste tijd wel erg vaak overwerken. Iedere dag eigenlijk. En hij reageerde zo vreemd toen ze ‘m vertelde dat ze met een vriendin een paar dagen naar Maastricht ging. In het volgende shot – Jasmijn drinkt, denkt hij, op dat moment een wijntje op het Vrijthof – zien we hem, Bart, het huis binnengaan. Even later is zijn bezoek aan de beurt. Ik kan er niets anders van maken: de handeling wordt overdreven expliciet in beeld gebracht. Er worden weliswaar wat lichaamsdelen met ruis bedekt, maar de beweging en bijbehorende geluiden lijken eerder versterkt dan vervaagd. Het is tien over acht.

Jasmijn is niet op haar achterhoofd gevallen. Dat weekendje Maastricht was een afleidingsmanoeuvre. Ze zit gewoon tien meter verderop, in de tuin, met een privédetective naast zich en omringd door een stuk of vijftien beeldschermen. Overal in huis zijn camera’s opgehangen. Bart heeft niets door. Hij is maar met één ding bezig. Toen zijn bezoek aanbelde, deed hij open in zijn badjas. Binnen tien seconden was het voorspel achter de rug. Er was lust in het spel, zo vertelde de voice-over met een stem zo laag dat mijn buik erop reageerde.

Jasmijn ziet wat er gebeurt en reageert geschokt. De privédetective –iemand die eruitziet alsof hij je een abonnement op een onbestaand tijdschrift wil aansmeren – troost Jasmijn en zegt dat ze altijd bij hem kan logeren de komende dagen. Dan slaat Jasmijns gemoed om. Ze is het zat om in het door hem gekochte tuinmeubilair te moeten toezien hoe hij op het door haar gekochte bankstel een andere vrouw te grazen neemt. Ze stampt naar binnen, gevolgd door een bataljon cameramannen en de privédetective. Bart heeft pas iets door als ze met een vaas van de Xenos –zijn aankoop – op hem af stormt en schreeuwt: ‘Baaaart! What the fuck!?’

Bart reageert stomverbaasd: ‘Jasmijn? Wat doe jij hier? Jij was toch in Maastricht? What the fuck!’ ‘What the fuck!’ schreeuwt Jasmijn weer. ‘Gast, wat doe je! Jezus! What the fuck echt.’ ‘What the fuck’, reageert Bart, nu iets rustiger, ‘dat kan ik beter aan jou vragen.’ ‘Ik ben in mijn eigen huis ja, verdomme, what the fuck jonge. En wat doe jij hier nog!?’ Met trillende vinger wijst Jasmijn in de richting van het bezoek. Het blijkt een collega van Jasmijn te zijn. Jasmijn ziet het. ‘What the fuck, Tess, hoezo? Wat denk je wel? Hoe kun je dit doen? Trut, ga uit mijn leven, what the fuck!’

De ontknoping is nog in volle gang als de aftiteling begint te lopen. Ik zie wie er ‘What the fuck!’ geroepen hebben, wie de acht cameramannen waren en welke shampooverkoper de rol van de privédetective speelde. Het programma heet Overspel in de liefde. Ik besluit het vaker te kijken, waarom weet ik niet precies. Misschien ben ik, zonder het te weten, een liefhebber van het nieuwe tv-genre scripted reality, waar het programma onder geschaard wordt. Scripted reality houdt in dat een acteurs spelen dat ze in een reality-soap spelen; het is heel erg meta. Dit wordt prachtig geïllustreerd door Bart, die, als de gemoederen enigszins bedaard lijken te zijn, nog één keer uit zijn slof schiet: ‘What the fuck gasten, rot een end op met die camera!’ Ik ben lang niet meer zo in de war geweest. Morgen weer.