maandag 15 augustus 2011

De UIT


De UIT is begonnen. Of de UIT-week, al klinkt dat een beetje als de DSB-bank en elke gelijkenis daarmee is er een te veel. De UIT dus. Vanaf vandaag worden aankomend studenten ingewijd in het studentenleven in Utrecht. Of het leven in Utrecht, want veel meer leven dan studentenleven is er niet. Als ik afstudeer en ik blijf in Utrecht wonen, meld ik me denk ik opnieuw aan als UIT-loper. Om mijn aanstaande toeristenstatus nog even uit te stellen. Misschien ga ik wel bij een vereniging. Iets met alumni, omdat dat best een beetje korporaal klinkt.

In de UIT waar ik aan meedeed was de invloed van studentenverenigingen groot. Dit was de verdienste van alle rondleidingen, praatjes, folders die je opgedrongen werden door hees pratende studenten met ingewikkelde, vergezochte titels. Zij strooiden alle verzamelde aardigheid en overtuigingskracht over de duizenden onwetende studenten uit, in de hoop hen met een vertekend beeld enthousiast te kunnen maken voor het verenigingsleven. Het had resultaat. Je kreeg het idee dat zonder lidmaatschap je studentenleven in een eenzame en kansloze onderneming zou veranderen. Je was nergens welkom, moest aansluiten in een aparte rij in de supermarkt en je fiets werd voorzien van een oranje vlaggetje. Dat iedereen het zag.

Ik moest het allemaal nog zien, al was ik er niet helemaal gerust op; een fiets aanschaffen kon altijd nog. Na de UIT was er van de dominantie van studentenverenigingen echter weinig meer over. Misschien hadden de ontgroeningen bij de nieuwe leden voor enige terughoudendheid gezorgd, was er weinig behoefte om meer mensen daarin mee te sleuren. Of om erover op te scheppen. Hoe het ook zij, ik was er blij mee. Het sociale isolement gold nu eerder voor het verenigingslid en in ieder geval niet langer voor de gewone student. Die was vrij om elke avond te doen wat hij wilde, kon zelf kiezen met wie hij optrok en waarover hij wel en niet sprak. Daar hadden ze in de UIT ook best reclame voor mogen maken.