maandag 8 augustus 2011

Sjoelen


Als je er samen met je teamgenoten voor zorgde dat Sauron niet voorbij het eerste vakje kwam waarop een speler stond, had het hele team gewonnen. Het hele team, alle spelers. Van Sauron, een zwarte, vierkante steen met een rode stip in het midden. Sauron kwam dichterbij als het team steken liet vallen, door bijvoorbeeld te weinig ringen, zwaarden of speciale kaarten te verzamelen. Om de vernedering van een dergelijke mislukte missie te vergroten, moest Sauron bij elke gewonnen stap door een van de teamleden naar voren gesleept worden. Hij liet zich naar de overwinning leiden, de kwal.

Avond na avond hoopten onze frustraties zich op. Na elk potje Lord of the Rings was Sauron de mazzelige winnaar, de geslepen valsspeler of de getikte spelmaniak. Bijbehorende verwensingen die, wanneer op een medespeler gericht, voor wat opluchting zouden zorgen, ketsten van zijn stenen lijf af en drongen vervolgens binnen in het rusteloze lichaam van de schelder. Ook wanneer er gewonnen werd, kon de euforie niet op een of meerdere geïrriteerde of verbijsterde medespelers gericht worden. Alle emoties bleven binnenboord. Tot ons groot ongenoegen. We waren er na een aantal keer spelen over uit: een spel waarbij je óf met zijn allen won óf met zijn allen verloor van een stuk steen, daar was geen lol aan.

Net als een heleboel andere spellen trouwens, waar wel medespelers verslagen konden worden. Hoewel onderlinge competitie bij ons thuis een voorwaarde voor een geslaagd spel bleek, was het nog lang geen garantie erop. Een spel dat de ambitie had door ons gespeeld te worden moest tevens eenvoudig zijn, maar ook weer niet zo eenvoudig dat na drie keer spelen alle strategieën op tafel lagen. Het moest daarbij spannend zijn, maar niet zo spannend dat de stand elk moment volledig kon omslaan. Het spel moest een WC-bezoek kunnen verdragen: als de WC-klant bij terugkomst meteen zijn biezen kon pakken, werd het door ons gedecideerd afgeschreven. Tot slot moest er precisie en inzicht bij komen kijken, maar niet zoveel dat toeval helemaal aan de kant geschoven werd. De waan van de dag en de stand van de sterren moesten van enige invloed zijn.

En daarom zijn we gaan sjoelen. Avonden achter elkaar. Indoor en outdoor. Medespelers werden verslagen of hadden achteraf gezien verslagen moeten worden. Sjoelen staat bovenaan de ranglijst der eenvoud, maar laat voldoende ruimte open voor (enigszins) doordachte tactieken en strategisch gegroepeerde stenen. Er kan, wanneer er niet bij anderen afgekeken of met scores gefraudeerd hoeft te worden, vaak en lang naar de WC gegaan worden. Je moet wel in de gaten houden wanneer je weer aan de beurt bent, om te voorkomen dat anderen namens jou gaan gooien en daarmee je winstkansen weg zijn. Wat sjoelen tot het allerleukste spel denkbaar maakt, is de flexibele inzetbaarheid van geluk en kunde. Geluk kan te allen tijde op het bord van de winnaar geschoven worden, terwijl eigen mazzelstenen tot meesterzetten gepromoveerd kunnen worden met een geïmproviseerde redenering vol effectstenen, stootstrategieën en voorbereide treintjes. Elke nederlaag wordt hierdoor verzacht en elke overwinning versterkt. Het enige minpunt van sjoelen: ik verlies. Altijd.